Netwerkdag “Wij Doen Mee” brengt praktijk en beleid samen rond participatie van nieuwkomers

Gepost op 08/05/2026

Op 30 april 2026 verzamelden een 70-tal mensen uit het werkveld en het beleid zich in Maison de la Poste op Tour & Taxis voor de “Wij Doen Mee”-netwerkdag. Het werd een geslaagde dag die veel inspiratie geeft voor de toekomst.

De netwerkdag bracht een diverse groep samen van netwerkmedewerkers, lokale besturen, Agentschappen Integratie en Inburgering, aanbodorganisaties en Vlaamse kernpartners. Elk van hen zet zich vanuit zijn eigen expertise en rol dagelijks in om nieuwkomers meer kansen te bieden om actief deel te nemen aan het sociale leven.

Sterke start met gastsprekers

De dag werd geopend met een videoboodschap van minister Hilde Crevits. Met haar warme steunbetuiging aan alle partners en haar waardering voor de mooie resultaten die via de netwerken worden gerealiseerd, zette ze meteen een positieve en motiverende toon.

Tijdens de voormiddag stond reflectie centraal: waarom is participatie van nieuwkomers zo belangrijk, en hoe kunnen we daar als netwerk sterker op inzetten? 

Lieven Janssens, professor aan UAntwerpen, medeoprichter regio Neteland en voormalig burgemeester van Vorselaar

Lieven Janssens is overtuigd dat complexe maatschappelijke uitdagingen enkel duurzaam aangepakt kunnen worden wanneer organisaties en lokale besturen hun krachten bundelen. Zijn onderzoek en praktijkervaring tonen de meerwaarde van netwerken en partnerschappen.

Nada Katrib, voormalig nieuwkomer en vandaag actieve buddy in Geel

Een van de meest beklijvende momenten van de dag kwam van Nada, voormalig nieuwkomer en vandaag actieve buddy in Geel. Ze vertelde openhartig over de eenzaamheid die ze ervoer bij haar aankomst in België en over het wezenlijke verschil dat menselijke verbinding kan maken.  

Ayham Salloum en Marwa Ghrinigue van PIN vzw

Ayham en Marwa vertelden hoe zij succesvol bruggen bouwen tussen nieuwkomers en ontvangende samenleving en zo dagelijks impact realiseren. 

Lisa Van Hecke en Wim Pelkmans van Europa WSE

Lisa en Wim lichtten vervolgens de belangrijkste inzichten toe uit het monitoring- en evaluatierapport van het programma. Aan de hand van concrete cijfers werd zichtbaar welke impact “Wij Doen Mee” vandaag al realiseert, maar ook waar nog groeikansen liggen. 

Inspiratie voor de eigen werkcontext

Na de lunch schakelde de netwerkdag over naar interactie en praktijkuitwisseling. De deelnemers konden hun eigen programma samenstellen uit verschillende thematafels en doe-sessies. Die sessies boden ruimte om concrete ervaringen te delen, uitdagingen samen te verdiepen en nieuwe ideeën op te doen voor de eigen werkcontext.

Lees hier meer over de inzichten

Werktafel 1: Meer sport!

Inspirerende praktijk: “Wegwijs in de sportsector”

Sport kan een krachtige hefboom zijn om mensen te laten deelnemen, maar alleen als de drempels laag zijn. In het ideale scenario zijn er geen drempels om te sporten en bewegen, maar de realiteit vandaag is anders. Om iedereen die wil sporten over die drempel te helpen is een duwtje in de rug cruciaal. De rol van toeleiders is daarbij heel belangrijk en die rol gaat verder dan een zoekopdracht in Google. Je wilt dat wie je op weg helpt op een goede plek terecht komt en daar weten Google en Co-Pilot niet per se het juiste antwoord op, maar wie actief is in het sportlandschap vaak wel. 

Tijdens de thematafel ‘Meer sport!’ geeft Sport Vlaanderen wat handvaten om mensen beter te begeleiden naar sport en om een relevant sportnetwerk uit te bouwen: waar kan je aankloppen, wie zijn de lokale spelers die een goed overzicht hebben op het sportaanbod, met wie kan je gaan praten als je wil samenwerken met een of meerdere gemeentes, waar vind je een overzicht van sociaal-sportieve praktijken enz. 

Wat kunnen regio’s morgen concreet doen om sport structureel mee te krijgen?
  • “Wegwijs in de sportsector” biedt een uitstekend overzicht van aanspreekpunten rond sport.
  • De toegankelijkheid van een sportclub hangt vaak samen met de cultuur en met de persoonlijkheid van mensen. De lokale sportdienst kent het lokale aanbod goed en kan vaak eerste inschatting maken welke clubs openstaan voor nieuwkomers.
  • Gebruik laagdrempelige sportactiviteiten als opstap naar reguliere clubs. Open trainingen of initiatielessen met mogelijkheid tot doorstroom naar regulier aanbod werken goed.
  • Sociaal-sportieve activiteiten zijn niet exclusief voor grote steden. Ook kleinere gemeenten – zoals Zwijndrecht – kunnen veel initiatieven nemen om sport toegankelijk te maken.
  • SportieQ organiseert interessante workshops voor het inclusiever maken van clubs.
  • Via de zelfscan kunnen clubs nagaan hoe goed ze scoren op het vlak van toegankelijkheid en vormt zo een handig instrument om het gesprek aan te gaan over drempels.  

Werktafel 2: Trajectbegeleiders AgII versterken

Inspirerende praktijk: Participatiemarkten in regio Midwest

Voor trajectbegeleiders en nieuwkomers is het niet altijd eenvoudig om hun weg te vinden in het brede culturele en sociale aanbod van een regio. Het overzicht ontbreekt vaak, en dat maakt het moeilijk om een traject op maat uit te stippelen of te volgen. Participatiemarkten kunnen hierin een verbindende rol spelen. Sabrina De Witte lichtte dit helder toe aan de hand van de participatiemarkt in Tielt. 

Tijdens deze participatiemarkt kregen inburgeraars de kans om op een laagdrempelige en persoonlijke manier kennis te maken met socio-culturele organisaties en diensten van lokale besturen. Nieuwkomers konden vragen stellen, inspiratie opdoen en meteen concrete afspraken maken. Die directe, menselijke aanpak zorgde ervoor dat de stap naar deelname kleiner werd en dat velen zich sneller welkom en ondersteund voelden.

Ook voor trajectbegeleiders betekende de markt een waardevolle ervaring. Ze ontdekten nieuw aanbod, verdiepten hun kennis van de sociale kaart en konden meteen inspelen op de interesses van hun cliënten.

De participatiemarkt bleek bovendien een win voor de deelnemende organisaties. Zij kregen de kans om rechtstreeks in contact te komen met een nieuwe doelgroep, beter inzicht te krijgen in hun vragen en interesses, en hun aanbod toegankelijker te maken voor een breder en diverser publiek. 

Hoe maken we samenwerking met trajectbegeleiders haalbaar én relevant in de praktijk?
  • Het is belangrijk om ruimte en tijd te creëren om elkaar écht te leren kennen. Participatiemarkten of zitdagen creëren dit kader. 
  • De mogelijk tot persoonlijk contact speelt een belangrijke rol in het verlagen van drempels. 
  • Het voorzien van uitwisselingsmomenten tussen trajectbegeleiders, lokale besturen en aanbodpartners zijn cruciaal. 
  • De trajectbegeleiders staan er niet alleen voor. Voor bepaalde kwetsbare profielen kunnen andere organisaties met specifieke expertise een outreachende en toeleidende rol opnemen. Bv. een Argos vzw
  • Er kunnen teamskanalen opgericht worden tussen lokale besturen, trajectbegeleiders en nieuwkomers om de lijnen kort te houden, drempels te delen en aanbod gericht zichtbaar te maken.
  • Infosessies over het participatietraject kunnen gehouden worden in samenwerking met Ligo’s en CVO’s. De informatie wordt zo naar de nieuwkomer toe gebracht en via de lessen kan hier verder op door gewerkt worden.
  • Nieuwkomers die het traject reeds gelopen hebben kunnen optreden als ambassadeurs. 
  • Activiteiten die lokale besturen of aanbod partners plannen kunnen gedeeld worden met trajectbegeleiders. 

Werktafel 3: Succesvolle netwerken

Inspirerende praktijk: STEM regio Neteland

Samenwerken is moeilijk. Zeker wanneer het thema waarvoor je wil samenwerken niet bovenaan de politieke agenda staat en wanneer lokale besturen elk hun eigen prioriteiten, vaak beperkte capaciteit en tijdsdruk hebben. Toch toont de praktijk dat duurzame samenwerking wel degelijk mogelijk is, als ze vertrekt vanuit gedeelde overtuiging en ervaren meerwaarde. Tijdens de netwerkdag deelde Lieven Janssens het verhaal van STEM Neteland, een samenwerkingsverband van lokale besturen die er bewust voor kiezen om krachten te bundelen. Niet omdat het moet, maar omdat ze zien dat samenwerking hen sterker maakt dan wanneer ze elk apart werken. Door te vertrekken vanuit een duidelijke ‘why’ en concrete gezamenlijke acties, groeide het netwerk stap voor stap in vertrouwen en impact. STEM Neteland illustreert hoe lokale besturen zich kunnen verenigen rond een gedeeld thema, en hoe samenwerking net ruimte kan creëren in plaats van extra belasting te vormen. Het praktijkvoorbeeld bood zo een inspirerend kader om na te denken over succes- en faalfactoren van geslaagde netwerken.

Welke succes- en faalfactoren zijn er voor geslaagde netwerken?
  • Vertrek vanuit goesting en urgentie: Sterke netwerken starten niet met structuren of afspraken op papier, maar met een gedeeld gevoel van dit moeten we samen vastpakken en een duidelijke why: voor wie doen we dit en waarom doet het ertoe?
  • Sluit aan bij wat er al is: Maak wederzijdse afhankelijkheid voelbaar door in te breken op bestaande platformen en netwerken, in plaats van nieuwe structuren te creëren. 
  • Netwerkontwikkeling gebeurt in fases: Eerst samen uitproberen, daarna pas rollen verduidelijken en pas op het einde organiseren en verduurzamen. Dat proces vraagt tijd en is zelden lineair. Durf terug te schakelen als energie wegvalt. Wanneer engagement afneemt, kan het helpen om terug te keren naar een kleinere, overtuigde coalition of the willing die opnieuw inzet op concrete acties en van daaruit weer verbreedt.
  • Iedereen draagt bij, met mandaat: Netwerken mislukken wanneer deelnemers wel aansluiten maar niet bijdragen (freerider-syndroom). Succes vraagt actieve inbreng van de juiste mensen, mét mandaat vanuit hun organisatie, en ruimte voor kritische stemmen en ‘weak ties’.
  • Vertrouwen en draagvlak ontstaan door samen te doen: Door gezamenlijke resultaten zichtbaar te maken, wordt het netwerk geen extra verplichting, maar een alternatief voor versnipperd en parallel werk. Gebundelde inspanning. 

Werktafel 4: Aanspreekpunten in het lokaal bestuur

Inspirerende praktijk: “Aanspreekpunten in het lokaal bestuur”

Lokale besturen zijn van onschatbare waarde in het verbinden van vraag en aanbod. Dankzij hun sterke kennis van het lokale aanbod kunnen ze trajectbegeleiders gericht ondersteunen in de zoektocht naar passende activiteiten voor nieuwkomers. Vaak voorzien ze ook zelf laagdrempelige kansen, bijvoorbeeld via vrijwilligerswerk in bibliotheken of andere diensten.

In regio Waasland wordt er sterk ingezet op deze verbindende rol van lokale besturen. Via vaste aanspreekpunten binnen verschillende lokale besturen verloopt de samenwerking met trajectbegeleiders vlotter en kan er snel geschakeld worden. Tegelijk krijgen lokale besturen via deze contacten beter zicht op de noden en interesses van nieuwkomers. Daarnaast capteren zij ook signalen vanuit organisaties, waardoor ondersteuningsnoden sneller zichtbaar worden. Zo nemen lokale besturen een verbindende rol op tussen vraag en aanbod, en dragen ze actief bij aan sterke en toegankelijke participatietrajecten. 

Hoe verankeren we het werk breder binnen lokale besturen, zonder het ingewikkeld te maken?
  • Lokale besturen kunnen samenwerken met toeleiders. Zij hebben een heel netwerk aan aanbod waar toeleiders beroep op kunnen doen. 
  • Vertrouwen tussen toeleiders en lokale besturen is essentieel. Dit zorgt mee voor laagdrempelige contacten. 
  • Het invullen van een protocol om gegevens tussen lokale besturen en trajectbegeleiders makkelijker te delen is cruciaal om echt in te spelen op de vragen en interesses van nieuwkomers. 
  • De samenwerking en ondersteuning tussen lokale besturen onderling is belangrijk.  

Werktafel 5: De school als participatiecontext voor nieuwkomers

Inspirerende praktijk: “Ouders&Ouders”

Scholen zijn interessante participatiecontexten, zeker voor ouders met jonge kinderen. Evelien, netwerkmedewerker uit regio Kempen, komt vertellen over Ouders&Ouders, een buddywerking in schoolcontext. Anderstalige ouders worden via een matchingsproces gekoppeld aan een Nederlandstalige ouder uit dezelfde school. Het project helpt met de opstart van de buddywerking in de school, die dan nadien door de school zelf kan worden verdergezet.

Wat kunnen regio’s morgen concreet doen om scholen structureel mee te krijgen?
  • Hanteer een aanpak op maat van de school
    • In scholen met een beperkt aantal anderstaligen is een buddy-werking geschikt.
    • Scholen met een hoog aantal anderstaligen zijn meer gebaat bij brugfiguren. 
  • Focus in je gesprek met scholen op de winst (quick wins): beter contact met ouders die moeilijk te bereiken zijn of meer vrijwilligers die een handje toesteken op school (naschoolse opvang, klasuitstappen, klusjes, …).
  • Spreek de directeur of directrice rechtstreeks aan, zij nemen de beslissingen. 
  • Vraag altijd een persoonlijk gesprek aan en vermijdt ‘sollicitaties’ via mail of telefoon. Een persoonlijk contact neemt wantrouwen weg en biedt mogelijkheden om meteen te reageren op eventuele bezorgdheden. 

     

Link: Krantenartikel

Werktafel 6: Ervaring van de nieuwkomer centraal

Inspirerende praktijk: Longitudinaal onderzoek

Hoe maak je de ervaring van de nieuwkomer richtinggevend voor je netwerk, wanneer die stem niet vanzelf aan tafel zit? En hoe capteer je wat werkt, waar mensen afhaken en wat er ontbreekt in het aanbod? De longitudinale studie van de VGC vertrekt expliciet vanuit die uitdaging. Door de ervaring en perceptie van nieuwkomers systematisch te onderzoeken, wilde men zicht krijgen op drempels en hiaten in het aanbod. De studie werd een prioriteit binnen het actieplan en vormde de basis voor concrete experimenten. Niet als abstract onderzoek, maar als een leerproces waarin de doelgroep zelf richting gaf. Zo toont deze praktijk hoe humancentered design ook binnen netwerkwerking een hefboom kan zijn.

Hoe maken we de ervaring van de nieuwkomer richtinggevend voor ons netwerkwerk?
  • Maak de ervaring van de doelgroep structureel richtinggevend: De stem van nieuwkomers moet systematisch worden opgehaald, niet als eenmalige consultatie. Gerichte focusgroepen, diepte‑interviews en inleefoefeningen maken drempels, hiaten in aanbod en toeleiding zichtbaar.
  • Kies voor diepte boven breedte: Een beperkt aantal kwalitatieve gesprekken kan meer opleveren dan grootschalige, maar oppervlakkige surveys. Inzicht vraagt tijd en nabijheid.
  • Combineer methodieken en bewaak diversiteit: Geen enkele methode bereikt iedereen. Door focusgroepen aan te vullen met diepte‑interviews en bewust verschillende profielen te betrekken, vermijd je blinde vlekken. Toegang tot de doelgroep (o.a. via partners zoals AgII) is daarbij cruciaal.
  • Experimenteer klein en leer al doende: Human‑centered design hoeft niet groots of complex te zijn. Kleine experimenten, gebaseerd op inzichten uit de doelgroep, maken snel bijsturen mogelijk en leiden tot concretere oplossingen.
  • Werk expliciet rond perceptie en betekenis: Niet spreken over nieuwkomers, maar hen zélf aan het woord laten, aangevuld met externe, kritische blikken, helpt om aannames te doorbreken. Dat resulteert in communicatie en tools die herkenbaarder, toegankelijker en betekenisvoller zijn voor de doelgroep.

Interactieve sessie 1: Sociogram / netwerkopstelling

Het M&E-rapport toont grote verschillen tussen regio’s in maturiteit van het netwerk, rol en betrokkenheid van lokale besturen, diversiteit van aanbodpartners, mate waarin matching en vraagdetectie goed verlopen. Deze oefening maakte dit zichtbaar, voelbaar en bespreekbaar.

Interactieve sessie 2: Duo-wandeling “In het hoofd van de nieuwkomer”

We stappen door de buurt, maar eigenlijk door het hoofd van een nieuwkomer. We bekeken en ervoeren drempels uit het M&E-rapport: taal, info, capaciteit, bereikbaarheid, rol van lokaal bestuur, toegankelijkheid van aanbod. 

Afsluiten en informeel napraten

Benedict Wauters, Afdelingshoofd WEWIS Europese Programma’s, sloot de dag af met een woordje en stelde het nieuwe promo-filmpje van het ‘Wij Doen Mee’-programma voor. En ook al stond het verlengd weekend voor de deur, toch bleven de meeste deelnemers hangen om na te praten op de receptie.

Wij kijken alvast terug op een zeer boeiende dag. 

Dank aan alle gastsprekers én tafelvertellers voor de verrijkende inzichten en praktijken. En dank aan Levuur om de dag mee vorm te geven en deskundig te begeleiden. 

Wij Doen Mee